In het maatschappelijk debat wordt nog nauwelijks de discussie gevoerd over de zin en onzin van het streven naar een begrotingsevenwicht. Jarenlang stond de Belgische politieke scène in het teken van het terugdringen van de staatsschuld en het halen van de Maastrichtnormen, waardoor slechts een enkeling nog een (tijdelijk) tekort in de begroting politiek overtuigd durft te verdedigen. Nochtans zijn er enkele goede economische en politieke argumenten voorhanden, die ondersteunen waarom een begrotingsevenwicht (zeker in tijden van crisis) geen dogma mag zijn.
Eerst wordt stilgestaan bij enkele veelgehoorde argumenten die worden aangegrepen door de absolute voorstanders van een begrotingsevenwicht. Vervolgens worden de centrale argumenten belicht die verdedigen waarom er (alleszins) in tijden van crisis gepleit kan worden voor een begrotingstekort, waarna deze inzichten en argumenten worden gebruikt om het Belgisch en het Vlaams begrotingsbeleid in tijden van crisis onder de loep te nemen. Dit essay komt tot de conclusie dat stellingen over het begrotingsbeleid niet los kunnen gezien worden van politieke en ideologische overtuigingen. Voor de politieke linkerzijde mag een begrotingsevenwicht, gezien het streven naar zekerheid voor de mensen, geen dogma zijn.