Het cliché wil dat de Vlaming geboren wordt met een baksteen in de maag. Naar schatting 77% van de Vlamingen is eigenaar van zijn eigen woning. Traditioneel wordt dat als een positief gegeven beschouwd: investeren in de eigen woonst wordt aanzien als een goede financiële keuze en velen beschouwen de eigen woning als de ultieme vorm van zekerheid – zeker in de context van relatief lage wettelijke pensioenen.
Deze korte bijdrage trekt geenszins deze redenering in vraag, maar stelt kritische vragen bij het dominante woonbeleid in Vlaanderen en België. Is de keuze voor de ondersteuning van private eigendomsverwerving wel verstandig? Wetende dat de sociaal zwaksten vaak – in de context van relatief beperkte publieke huurmarkt – gedwongen worden om op de private markt te huren. Dit blogstuk beargumenteert dat er een omslag in beleid moet worden gemaakt: minder subsidies voor eigenaars en meer ondersteuning voor de huurder – bijvoorbeeld door een forse uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen.[1] Twee concrete beleidspistes worden hierbij bepleit: de geleidelijke afbouw van de hypothecaire aftrek, alsook de invoering van een aanvullende inkomensverzekering voor huurders.
Het woonbeleid kan niet los gezien worden van de bredere welvaartsstaat. Steeds meer wordt in Europa de eigen woonst aanzien als de ultieme vorm van zekerheid. In Vlaanderen (België) wordt al jaren een beleid gevoerd gericht op het stimuleren van eigendomsverwerving. De slinger is echter mogelijks te veel doorgeslagen. In een land met een hoog aandeel eigen woningen, zijn de sociale overheidsuitgaven meestal geringer – en vice versa.[2] Het stimuleren van de eigen woonst is dus niet zomaar een weerspiegeling van wat we een genereus en sociaal adequaat beleid zouden kunnen noemen. Nog frappanter wordt het wanneer we een Europese vergelijking maken van het aantal huiseigenaars. De hoogste percentages worden gevonden in de Europese landen Roemenië, Litouwen en Hongarije – landen die we niet meteen associëren met een goed uitgebouwde welvaartstaat, terwijl Denenmarken, Zweden en Nederland relatief weinig eigenaars tellen – in combinatie met een opmerkelijke ruime publieke huursector.[3]
Deze bijdrage beargumenteert dat het evenwicht in Vlaanderen te veel overhelt naar ondersteuning van de private eigenaar en dat daarenboven de beleidsinstrumenten niet sociaal doelmatig zijn. De meest duidelijk uiting hiervan is de fiscale aftrekbaarheid van de hypothecaire lening. Sinds 2005 – het systeem bestaat uiteraard al langer – kan een individu 2830 euro aftrekken van zijn belastbaar inkomen [4], een bedrag dat eventueel verhoogd wordt indien er veel kinderen zijn. Los van het feit dat deze aftrek de facto een grotere belastingkorting inhoudt voor de hogere inkomens, kunnen hierbij sociale bedenkingen geplaatst worden.
Allereerst is deze maatregel heel erg duur, het is zonder meer de voornaamste kost van het woonbeleid in België. Daarenboven komen deze uitgaven per definitie terecht bij de middenklasse, aangezien de lagere inkomensgroepen disproportioneel vertegenwoordigd zijn in de huurmarkt. Ten slotte is de ‘woonbonus’ mogelijk niet zo effectief in het stimuleren van de eigen woonstverwerving. Eerder kan het aanzien worden als een subsidie voor diegenen die sowieso al een eigen woning kunnen kopen. Meer zelfs, studies wijzen er zelfs op dat het belastingsvoordeel aanleiding geeft tot prijsstijgingen.[5] Aangezien (veel) mensen tot hun limiet lenen en in de context van een inelastisch woningaanbod, creëert het opwaartse druk op de woningprijzen. Speculanten en private bankiers lijken hier dus vooral hun voordeel te doen. Concreet kan dus nagedacht worden over een geleidelijke afbouw van het fiscaal voordeel – eventueel kan hiervoor gewacht worden tot na de crisis – om de vrijgekomen middelen te investeren in de publieke en private huurmarkt. Hierbij kan onder meer verwezen worden naar Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk waar de fiscale aftrek recent werd afgeschaft. Ook bij onze noorderburen staat de hypotheekrenteaftrek tegenwoordig ter discussie.
Maar eigenlijk is er nog veel meer. Verschillende subsidies en maatregelen van de Vlaamse of federale overheid zijn integraal gericht op eigenaars. Denk bijvoorbeeld maar aan allerlei renovatiepremies, fiscale aftrekken voor zonnepanelen of premies voor dubbel glas. Eén van de meeste frappante voordelen is de Vlaamse verzekering ‘gewaarborgd wonen’. Vlaamse huiseigenaars kunnen gratis een verzekering nemen tegen inkomensverlies. Bij onvrijwillige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, neemt de Vlaamse overheid dan een aantal maanden de afbetaling voor zijn rekening. In essentie is dat een goede maatregel. Het pijnlijke is echter dat er geen equivalent bestaat voor de huurders, terwijl het algemeen geweten is dat deze mensen met een hoger werkloosheidsrisico te kampen hebben. In die zin wordt de Vlaamse huurder gediscrimineerd. Kort samengevat, het is noodzakelijk dat het Vlaams / Belgisch woonbeleid wordt afgetoetst aan zijn sociale doelmatigheid. In welke mate bevorderen maatregelen de betaalbaarheid van kwalitatief wonen? Zaken die niet aan deze criteria voldoen moeten vroeg of laat in vraag getrokken worden – zeker wanneer besparingen de ‘talk of the town’ uitmaken.
[1] Men zou hieruit ook kunnen concluderen dat er een beter beleid nodig is om mensen te ondersteunen om zelf eigendom te verwerven. Het huidig sociaal beleidsinstrumentarium – lees het aanbieden van sociale koopwoningen – is hiervoor echter geen geschikt middel, aangezien deze gepaard gaat met Mattëuseffecten.
[2] Deze stelling staat centraal in het artikel van Jim Kemeny (2001). Meer info: http://www.springerlink.com/content/q5r0160343370x65/
[3] Gegevens zijn afkomstig van het hoofdstuk ‘Wonen in Vlaanderen in internationaal perspectief’ uit de recente Sociale staat Vlaanderen. Meer info: http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/afbeeldingennieuwtjes/algemeen/bijlagen/ssv2011/ssv2011-winters.pdf
[4] Dit maximaal bedrag is enkel van toepassing gedurende de eerste 10 jaar van de hypothecaire lening. Na 10 jaar wordt het bedrag begrensd op 2120 euro.
[5] Zie in dat verband onder meer: http://www.centrumvoorsociaalbeleid.be/index.php?q=node/1083