De afgelopen week ging een zucht van opluchting door het land. Eindelijk een begroting! Eindelijk zicht op een permanente regering! In die collectieve euforie dreigt de aandacht voor inhoud al eens te verwateren. Hier schuilt een gevaar, aangezien de maatregelen veel veranderingen met zich mee brengen voor een groot deel van de bevolking. Er zijn immers aanwijzingen dat enkele precaire groepen worden getroffen. Vooral voor zieken en werklozen kondigen zich bezuinigingen aan. Men kan zich afvragen hoe deze begroting compatibel kan zijn met het Belgisch engagement om 380.000 Belgen uit de armoede te lichten – in het kader van de EU2020-strategie.
Laten we beginnen met de wachtuitkering voor jonge werklozen. Dat is een uitkering die schoolverlaters na het doorlopen van een wachttijd komen ontvangen. Maar laten we meteen hierover enkele hardnekkige clichés uit de wereld helpen. Het is niet zo dat pas afgestudeerden zomaar naar de RVA kunnen stappen om dan levenslang van een uitkering te leven. Ook nu moet er al een (minimale) wachttijd doorlopen worden van 9 maanden vooraleer je een uitkering kan ontvangen. Daarenboven zijn deze uitkeringen geenszins riant: de maximale uitkering voor een alleenstaande bedraagt ongeveer 770 euro per maand – lees onder de Europese armoedegrens. De begrotingsvoorstellen trekken de minimale wachttijd nog verder op. Voor de meeste jongeren is dat waarschijnlijk geen probleem, hoor ik u denken, maar de zwakste categorie (deze zonder sterke familiale banden) veroordeel je zo aan het begin van hun carrière tot de bedelstaf.
Een tweede duidelijke groep slachtoffers zijn de langdurig werklozen. Na minimum 1 jaar en 2 maanden en maximum 3 jaar vallen alle werklozen terug op een forfaitaire minimumuitkering (898 euro voor een alleenstaande – net onder de Europese armoedegrens). Op dit ogenblik gelden deze minima enkel voor samenwonende werklozen. Voortaan zullen dus ook alleenstaanden met en zonder kinderlast onder deze maatregel vallen. De kans op ‘collateral damage’ is dus reëel. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je alle langdurig werklozen zomaar een uitkering moet geven, maar dat moet beoordeeld worden op basis van de persoonlijke situatie en niet op basis van de duur van zijn inactiviteit.
De meest ingrijpende en structurele maatregel is echter het fors verminderen van het budget voor de welvaartsaanpassingen (-40%). Op langere termijn zullen hierdoor alle uitkeringstrekkers – ook zieken, invaliden en gepensioneerden –verarmen. Het budget voor welvaartsaanpassingen werd ingevoerd na het Generatiepact (2005) om de jarenlange erosie van de Belgische uitkeringen te stoppen. Simulaties geven aan dat het huidige budget ontoereikend zal zijn om de vervangingsratio van uitkeringen stabiel te houden. Deze regering beslist echter om dit budget – dat eigenlijk al te laag is – nog verder te verlagen. Tot nu toe werden de beschikbare middelen telkens gebruikt om de minimumuitkeringen (ziekte, pensioenen en werkloosheid) te verhogen. Het zijn dan ook mensen op die sociale minima die op termijn hun inkomenspositie zullen zien verslechteren.
Kortom, men kan zich de vraag stellen in welke mate het deze regering menens is met de bestrijding van de armoede – mondelinge toelichtingen van het akkoord spreken over 380.000 minder armen. De begroting treft immers enkele precaire groepen en bouwt de welvaartsvastheid van hun uitkeringen verder af. Ondertussen blijft 14% van de Belgische bevolking (inkomens)arm. Maar daar ligt blijkbaar niemand wakker van.
Deze tekst verscheen eerder op De Redactie.