Is Europa onfeilbaar?

 

Na de gebeurtenissen van de voorbije jaren zullen velen de wenkbrauwen fronsen bij het lezen van deze titel. Toch is het de indruk die je krijgt als er weer maar eens verwezen wordt naar de Europese aanbevelingen als dwingende voorschriften voor onze begroting en socio-economische hervormingen. Onze regering heeft niet te kiezen, stelde Guy Tegenbos vorige week vrijdag in zijn editoriaal in De Standaard. Het is ook al maanden de boodschap van onder anderen Alexander De Croo en Bart De Wever.

Morgen een regering?

Ongeveer 450 dagen heeft het geduurd eer de onderhandelende partijen een akkoord konden vinden over een nieuw communautair pact. Er moet nu snel doorgestoomd worden naar een sociaaleconomisch akkoord en een begroting zodat de regering aan de slag kan, daar is iedereen het over eens. Als we sommigen volgen, zou dat heel snel kunnen gaan. Gewoon even de Europese aanbevelingen omzetten en klaar is kees.

Zoals geweten beveelt de Europese Commissie België onder meer aan versneld de overheidsschuld af te bouwen, de pensioenleeftijd te verhogen en het systeem van loononderhandelingen en van loonindexering te hervormen. En, wordt wel eens vergeten, ook om de belastingdruk van arbeid naar milieuvervuilende consumptie te verschuiven. Als de onderhandelende partijen alle aanbevelingen volgen, mogen de groenen dus gerust zijn dat een van hun breekpunten wordt uitgevoerd ook zonder dat ze in de regering zitten. Dat de groenen er niet bij mochten, is dus misschien iets dat niet door Europa werd gedicteerd.

Volmaakt Europa?

Maar is het wel een goed idee om alle Europese aanbevelingen klakkeloos over te nemen? Is Europa onfeilbaar? In ieder geval niet wat betreft de inrichting van economische en monetaire unie, waar een ‘systeemfout’ heeft bijgedragen tot de huidige eurocrisis. Misschien toch ook niet echt op het vlak van financiële regulering, vraag premier Leterme maar naar het weekendwerk voor Dexia.

En ook sinds de crisis heeft Europa zich niet bepaald volmaakt getoond. Of is alles er in Griekenland op verbeterd sinds Europese (en internationale) ambtenaren er bij wijze van spreken de boel zijn gaan overnemen? Eerder integendeel, hoe meer besparingen er vanuit Brussel worden gedecreteerd, hoe dieper de Griekse economie in de put wegzakt.

Dubbele moraal

Maar ook volgens diegenen die nu met betrekking tot de begroting en sociaaleconomische hervormingen zo gretig met de Europese aanbevelingen zwaaien is Europa niet onfeilbaar. Als bijvoorbeeld weer eens vanuit Europa gevraagd wordt dat Vlaanderen het minderhedenverdrag ratificeert, klinkt het dat Europa de speciale Belgische context toch niet begrijpt. Als Europa vraagt dat we meer inspanningen leveren in de transformatie naar hernieuwbare energie en een duurzame economie, is de reactie dat we hier in België nu eenmaal minder zon, wind en golven hebben dan elders. Het verre Europa weet dat niet zo goed. Als Europa eigen belastingen wil heffen dan is dat geen kwestie van responsabilisering maar onwenselijk aangezien het Europese niveau democratische legitimiteit zou ontberen.

Deze inconsistentie maakt duidelijk dat Europa onfeilbaar is wanneer het goed uitkomt. Want evengoed kan beargumenteerd worden dat niemand het Belgische indexsysteem zo goed kent als de Belgen zelf. Dat het dankzij het geheel van ons sociaaleconomisch systeem is dat België de crisis zo goed doorstaat. Inderdaad, sommige projecties wijzen zelfs uit dat de Belgische schuld bij ongewijzigd beleid nauwelijks zal toenemen, in tegenstelling tot wat voor heel wat andere landen geldt.

Politiek gaat over keuzes

Met dit stuk wil ik niet gezegd hebben dat Europese aanbevelingen waardeloos zijn. De jaarlijkse oefening waarbij Europa toekijkt op nationale economische politiek (het ‘Europees semester’) heeft zijn zin: politici met vaak een beperkte tijdshorizon waarschuwen voor de lange termijn gevolgen van een bepaalde koers. De Commissie is daarbij vooral bezorgd over ontsporende overheidsschulden, omdat een bankroet door één lidstaat de hele Unie in gevaar kan brengen, zoals de huidige crisis bewijst. Dat is de rol, de bevoegdheid en het belang van de Commissie. De crisis leert ook dat het inderdaad niet slecht is dat lidstaten van een muntunie elkaar een beetje op de vingers kijken. Maar het is ‘een belang’, net zoals het belang van de ‘financiële markten’ is dat schuldenaren hun leningen terug betalen no matter what, of nog platter: winst maken. Het belang van politici zou het algemeen belang, of toch algemenere belangen, moeten zijn.

De Europese aanbevelingen zijn dus niet neutraal, maar ingegeven door de rol van de Commissie, de structurele werking van de EU, en ook door de huidige politieke constellatie in Europa, waar rechts de plak zwaait. Het debat over sociaaleconomische keuzes met een simpele ‘there is no alternative’ en ‘van Europa moeten we …’ in de kiem smoren is misschien gemakkelijk en handig voor sommigen maar oneerlijk, ondemocratisch en op lange termijn opnieuw nadelig voor de legitimiteit van Europa.