Krachtlijnen voor een links offensief

Links zit in het defensief. Dit blijkt zowel uit de verkiezingsresultaten van linkse partijen in tal van Europese landen, als uit de dominantie van het rechtse discours in de samenleving. In deze context schreef Marc Heughebaert, de voormalige directeur van de Agalev-studiedienst, in SamPol een interessante bijdrage over de rol van Groen! in het linkse landschap.

Heughebaert

De centrale stelling in zijn essay is dat het probleem van links in Vlaanderen niet zozeer aan de ‘communicerende vaten’ tussen de sp.a en Groen! ligt, maar eerder aan de ‘lekkende vaten’ van links in het algemeen. Electoraal klopt dit. Tussen 2004 en 2009 verloor het roodgroene kamp niet minder dan 5,3% (van 27,3% naar 22,0%) of één op de vijf kiezers, terwijl het aandeel van Groen! binnen het roodgroene kamp min of meer gelijk bleef. Dit groene aandeel situeert zich tussen 1991 en 2009 rond circa 28% van de roodgroene stemmen (met een hoogtepunt van 42,3% in 1999 en een dieptepunt van 14,2% in 2003). Groen! heeft het bij de laatste verkiezingen dus eigenlijk nog niet zo slecht gedaan. De partij consolideerde haar positie in een krimpende linkse markt.

De uitdaging voor links, aldus Marc Heughebaert, is de groep linkse kiezers opnieuw te doen stijgen. Hij formuleert hiervoor vijf krachtlijnen:

1. Vanuit een links bondgenootschap moet het huidige rechtse maatschappijmodel opnieuw duidelijk in vraag worden gesteld. Het blijft vooral voor de sociaaldemocratie een uitdaging om daar een antwoord op te vinden.

2. De verschillen tussen de linkse partijen moeten duidelijk zijn zodat vanuit de erkenning van die verschillen een goede samenwerking en een bondgenootschap kan groeien, dat steek houdt en niet wederzijds bedreigend is. Internationaal vergelijkend onderzoek toont aan dat minstens drie linkse stromingen levensvatbaar zijn: de sociaaldemocratie, de groenen, en ‘oud-links’.

3. Het niet langer meewerken en meedenken aan de door rechts opgelegde formats (o.a. over het politiek correct denken, mei ’68, vingertje…). Het wordt tijd dat daar ook politiek een passend en offensief links antwoord op komt en dat het rechtse discours op dat punt wordt ontmaskerd.

4. Links moet terug rechtstreeks in discussie durven te treden met de eigen kiezers en de eigen basis over de rechtse denkbeelden die ook daar sluimeren. Dat is de eerste horde die te nemen is om het kiezersveld terug meer naar links te laten opschuiven.

5. De linkse weerbaarheid moet omhoog door opnieuw in kaders en militanten te investeren. De nieuwe technologieën bieden daar mogelijkheden toe naast oude gedegen politieke vorming.

In grote lijnen ben ik het eens met deze punten. Niettemin kunnen er een aantal bedenkingen gemaakt worden. Ten eerste pleit hij duidelijk voor het bestaansrecht van verschillende linkse partijen in plaats van één grote linkse partij. Zijn argumenten hiervoor zijn enerzijds dat één grote partij tot een verschraling van het partijaanbod zou leiden en anderzijds dat de huidige terugval van links nog een graad erger zou zijn mocht er één partij zijn geweest. Met het laatste argument ben ik het eens, maar het eerste argument gaat niet per definitie op. Volgens mij zou er plaats moeten zijn voor verschillende, duidelijk geprononceerde stromingen binnen een partij. Bij de verkiezingen kunnen mensen dan door de naamstemmen aangeven welke stroming ze binnen een partij ondersteunen en welke niet. Leden hebben bovendien hierdoor ook een reden om bij een partij te blijven als ze het niet eens zijn met de stroming van de partijtop, omdat ze weten dat er ook een andere stroming binnen de partij bestaat. Deze traditie is reeds sterk ingeburgerd in landen met een tweepartijenstelsel. Ook de Vlaamse christendemocraten hebben een rijke geschiedenis van verschillende stromingen in hun partij. Zelfs de groenen proberen dit nu ook door de links-liberale restanten van de SLP als een stroming een plaats te geven in hun partij. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de verschillende stromingen binnen een partij de kans krijgen om zich te profileren. Ideaal zou zelfs zijn dat de verschillende stromingen in de samenstelling van de partijtop worden weerspiegeld. En daar knelt het schoentje helaas vaak bij de Vlaamse linkse partijen. Lees bovenstaand stuk echter niet als een pleidooi voor de integratie van de bestaande linkse partijen in één grote partij. Er zijn zeker een aantal goede argumenten waarom verschillende linkse partijen nodig zijn. Het stuk is eerder een kritische reflectie over de noodzaak van verschillende linkse partijen om een ideologisch divers, links aanbod te hebben.

Ten tweede ga ik volledig akkoord met de stelling dat de concepten en dogma’s van het rechtse discours meer in vraag gesteld moeten worden. Zeker wat etnische minderheden betreft, heeft links te vaak een mea culpa geslagen en is links met de rechtse dogma’s meegestapt. Boutades in dit verband als ‘het politiek correcte denken’ of ‘vloeken in de linkse kerk’ zijn hier mooie voorbeelden van. Maar links moet ook verder durven gaan en minder evidente concepten in vraag durven stellen. Zijn ‘werknemers’ personen die werk nemen of eerder personen die hun arbeid tegen betaling aanbieden? Is de ‘vrije markt’ echt vrij of eerder een eufemisme voor de neoliberale marktwerking? Het is verder bijzonder jammer dat Marc Heughebaert in zijn bijdrage ook zelf een rechts dogma bevestigt. Hij heeft het consequent over ‘oud-links’ wanneer hij over bewegingen als de SP in Nederland, die Linke in Duitsland, en sp.a-rood in Vlaanderen spreekt. Deze linkse stroming bouwt inderdaad, net zoals veel andere politieke stromingen, verder op een ideologische traditie die tot de negentiende eeuw teruggaat, maar daarvoor zijn ze nog niet ‘oud’. De term ‘oud’ wordt door (rechtse) politieke tegenstanders echter bewust gebruikt om de stroming op voorhand als weinig veranderingsgericht en oubollig af te schilderen. Wanneer je hun programma’s (hier, hier, en hier) echter leest, weet je dat niets minder waar is.

Ten slotte juich ik het pleidooi toe om meer in kaders en militanten te investeren. Wat de militanten betreft, zijn een duidelijk ideologisch verhaal (eventueel opgesplitst in meerdere stromingen) en een vergaande interne democratisering hiervoor cruciale componenten. Ze verhogen zowel de mobilisatiekracht als de sociale cohesie van een partij (lees met betrekking tot dit punt hier meer). En laat dit nu net twee van de basisingrediënten zijn voor een klinkende verkiezingsoverwinning.