Wat moet je doen om onze samenleving ‘beter’ te maken? Dit boek suggereert een eenvoudig, maar tegelijkertijd krachtig antwoord op deze vraag: streef naar meer inkomensgelijkheid. Het eerste deel van het boek beschrijft onder de noemer ‘Material Success, Social Failure’ de huidige staat van onze samenleving. Zoals de titel suggereert, ging de toename van de welvaart in de Westerse wereld (gedurende de laatste decennia) niet gepaard met een toename van de levenskwaliteit. Via een aantal statistieken argumenteren de auteurs dat in rijke Westerse landen het welzijn van de burgers niet samenhangt met de toename van het BNP[1]. Absolute welvaartstoename maakt ons niet langer gelukkiger. Het argument is dat in rijke, Westerse landen de mate van sociale gelijkheid telt. Zo beschrijven ze hoe een hoge mate van ongelijkheid een samenleving verziekt. In zo’n samenleving groeien kinderen immers op in een context van scherpe statusconflicten met allerlei onwenselijke situaties tot gevolg. Dat leidt tot een ‘disfunctionele’ samenleving, met minder vertrouwen en meer statusangst.
![]()
Het tweede deel van het boek probeert via eenvoudige kruistabellen aan te tonen dat inkomensongelijkheid leidt tot meer sociale problemen. Dat doen ze op twee manieren: enerzijds door verschillende rijke Westerse landen te vergelijken en anderzijds door de staten van de Verenigde Staten van Amerika te vergelijken. Landen (of Amerikaanse staten) met meer inkomensongelijkheid worden gekenmerkt door: minder vertrouwen tussen mensen, meer mentaal zieken, een lagere levensverwachting, meer obese mensen, slechtere schoolprestaties, meer tienerzwangerschappen, meer geweld, meer gevangenen (vooral door zwaardere straffen) en minder gelijke kansen[2]. Hoewel bivariate statistieken absoluut niets bewijzen, komt het geheel wel overtuigend over. Toch zijn er twee zaken waar ze te weinig op ingaan. Enerzijds is het niet volledig ondenkbaar dat er andere mechanismen spelen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de graad van vertrouwen een cruciale rol speelt. Meer vertrouwen kan dan leiden tot een groter draagvlak voor herverdeling en op zijn beurt tot meer inkomensgelijkheid. Anderzijds zijn er ook een aantal sociale problemen die niet op de ‘te verwachten manier’ correleren met inkomensongelijkheid. In het boek wordt zo het voorbeeld aangegeven van het aantal zelfdodingen. Landen met meer sociale gelijkheid (zoals Japan en de Scandinavische landen) zijn toppers op het vlak van zelfmoord. Alhoewel dat het centrale argument niet onderuit haalt, zouden ze hier toch wat meer aandacht aan mogen besteden.
Het laatste deel van het boek besteedt aandacht aan de weg naar de ‘betere samenleving’. De auteurs stellen dat er verschillende wegen zijn naar meer sociale gelijkheid. Ze halen hierbij de voorbeelden aan van Zweden (gekenmerkt door een hoge mate van sociale herverdeling) en Japan (waar de sociale gelijkheid vooral gerealiseerd wordt door een hoge pre-belastingsgelijkheid). Wie op heel concrete maatregelen zit te wachten, blijft toch enigszins op zijn honger zitten. Opvallend is de argumentatie dat het streven naar meer sociale gelijkheid en ecologische duurzaamheid complementair is. Zo stellen ze dat heel wat consumptie voorkomt uit statuscompetitie en dat meer sociale gelijkheid op die manier de duurzaamheid van de economie zou verhogen.
Kort samengevat: een interessant boek met een gewaagde politieke boodschap. Het is immers al een tijdje geleden dat een hoogstaand boek met instrumentele argumenten de egalitaristische boodschap heeft verdedigd. Tegelijkertijd is een dergelijke pleidooi natuurlijk niet zonder risico. Stel bijvoorbeeld dat iemand er zou in slagen om alle ‘verbanden’ uit het boek te weerleggen, dan blijven er plotseling geen argumenten meer over. Daarom is het noodzakelijk dat het egalitarisme ook voorzien wordt van de nodige waarderationele argumenten. Het is immers heel aannemelijk dat mensen een hoge mate van inkomensongelijkheid gewoon onrechtvaardig vinden. De intrinsieke waarde van sociale gelijkheid (in termen van sociale rechtvaardigheid) mag niet uit het oog verloren worden.
[1]Meer info hierover op: http://www.equalitytrust.org.uk/why/equality-not-growth
[2]Meer info hierover vind je op: http://www.equalitytrust.org.uk
Reacties
Tony Judt, vandaag overleden, verwijst blijkbaar wel naar het aspect vertrouwen mbt. het betalen van sociale voorzieningen:
And indeed, it is not by chance that social democracy and welfare states have worked best in small, homogeneous countries, where issues of mistrust and mutual suspicion do not arise so acutely. A willingness to pay for other people’s services and benefits rests upon the understanding that they in turn will do likewise for you and your children: because they are like you and see the world as you do.
De rest van zijn uiteenzetting hier.