In zijn nieuwste boek pleit Johan Vande Lanotte voor “een nieuw maatschappelijk en economisch model waarbij iedereen kansen krijgt, zich kan ontplooien en een bijdrage levert aan de samenleving als geheel”. Het boek is eigenlijk een ‘vlugschrift’, zijnde een werk dat nog niet af is. Het vormt dan ook een uitnodiging aan de lezers om er over te discussiëren, het te verbeteren en het aan te vullen. We gaan met deze recensie op deze uitnodiging in door op een aantal elementen van zijn boek dieper in te gaan.[1]
Het uitgangspunt van het boek is dat de Siamese tweeling van welvaart en welzijn, groei en herverdeling de afgelopen decennia verbroken is. Sinds de jaren tachtig is het herverdelingsmechanisme in veel landen gestokt, terwijl de welvaart wel nog toegenomen is. Het resultaat is toenemende (inkomens)ongelijkheid. De oorzaak hiervan is het huidige economische model dat winstmaximalisatie op korte termijn voorop stelt. De maatschappij moet dan ook getransformeerd worden van een winsteconomie naar een welvaartseconomie. Het ultieme doel van Vande Lanotte is de creatie van een ‘klasseloze maatschappij’, zijnde een samenleving waar sociale, levensbeschouwelijke en etnische barrières de levenskansen en zelfontplooiing van mensen niet langer in de weg staan.
Centraal in zijn pleidooi staat een nieuwe rol voor de markt: de markt moet opnieuw meer een middel en minder een axioma of een doel op zich worden. Een goede markt is volgens Vande Lannotte een markt waarin behalve redelijke en noodzakelijke winst voor de producenten ook maatschappelijke doelstellingen worden verrekend. Het marktmechanisme werkt dan ook voor sommige producten, maar niet voor allemaal. In zowel de energie-, de telecom- als de banksector heeft een doorgedreven vrijmaking van de markt bijvoorbeeld gefaald. Telkens wordt een alternatief voorgesteld, waarbij de vrije markt door overheidsingrijpen ‘getemd’ wordt.
Het meest ver gaat Vande Lanotte hierin bij de energiesector. Om de onredelijke winsten af te romen stelt hij het systeem van de single buyer voor. In dit systeem koopt de overheid via een op te richten aankoopcentrale de totale productie op. De overheid betaalt daarvoor aan de exploitanten van de kern- en steenkoolcentrales de productiekost plus een redelijke winstmarge. Dit is afdwingbaar via een openbare dienst-verplichting. De overheid verkoopt de elektriciteit vervolgens aan de leveranciers tegen marktconforme tarieven. De winst hiervan wordt tenslotte aangewend voor investeringen in hernieuwbare energie en een prijsverlaging voor de gezinnen. Een goed plan. Een logische vraag hierbij is echter wel waarom de overheid dan ook zelf niet de productie in handen kan nemen?
Opmerkelijk is dat Vande Lanotte hoofdzakelijk een consumentenperspectief volgt. De voornaamste doelen van zijn nieuw economisch model zijn betere producten tegen eerlijke prijzen en een betere dienstverlening voor en bescherming van de consument. Binnen de grenzen van dit perspectief is daar niets op tegen. Probleem is echter dat hij op die manier blind blijft voor de uitbuitingsmechanismen aan de productiezijde van het huidige economische model. De winstmaximalisatie van de vrije markt zorgt immers niet enkel voor oneerlijk dure producten, maar ook voor oneerlijke werkomstandigheden. En daar lees ik zeer weinig over in zijn boek. Veel sociale en etnische barrières kennen net hun oorzaak in de liberale arbeidsmarktwerking. Sociale en etnische achterstelling worden voor een groot stuk geproduceerd en gereproduceerd op de arbeidsmarkt. Zonder de liberale markt fundamenteel te veranderen, zal het ultieme doel van de ‘klasseloze maatschappij’ dan ook nooit bereikt worden.
[1]Twee opmerkingen zijn hier op hun plaats. Ten eerste vormthet onderwerp van deze bespreking een aantal elementen van het boek zelf en niet de persoon Vande Lanotte. Poliargus kiest er bewust voor om zich 100% op de inhoud van boeken, manifesten, beleidsacties… te richten. Wie meer wil lezen over de niet onbesproken politieke levenswandel van Vande Lanotte raad ik de vele reacties op facebook, krantenpagina’s, en andere ‘nieuws’-dragers aan. Ten tweede wordt er in deze bespreking slechts op een aantal aspecten van het boek ingegaan. Hierdoor zou het kunnen lijken dat het boek heel wat thema’s over het hoofd ziet (de sociale zekerheid, de inrichting van de staat…), wat doorgaans niet het geval is.