Boek: Hellinck, B. (2010). Norbert De Batselier. Een leven in de politiek.

 

“Socialisme is steeds herbeginnen.” Meermaals heeft Norbert De Batselier naar deze uitspraak van Jos Van Eynde, de vroegere covoorzitter van de BSP, verwezen. Het is een uitspraak die ook typerend is voor de politieke loopbaan van de Dendermondenaar. Als eenvoudige arbeiderszoon schopte hij het in zijn jonge jaren tot universiteitsassistent aan de VUB en nationaal voorzitter van de Jongsocialisten. Daarna klom hij als vakbondsmilitant op tot de rechterhand van de legendarische ABVV-topman Georges Debunne. Vervolgens veroverde hij met de zogenaamde Jonge Turken de regeringsbanken na zes jaar inhoudelijk oppositiewerk. Het ministerschap ruilde hij vervolgens in voor het voorzitterschap van het Vlaams parlement waar hij ondermeer de linkse partijpolitiek met het Sienjaal (helaas enkel op papier) opnieuw uitvond. Ook op lokaal vlak schreef hij politieke geschiedenis: den Bats kon er de eeuwenoude christendemocratische dominantie breken en burgemeester worden. 

Door deze rijke loopbaan had historicus Bart Hellinck zeker genoeg stof voor het schrijven van een biografie. Het boek zelf leest eigenlijk als het politieke leven van De Batselier: inhoudelijk zeer sterk, maar misschien een beetje ‘saai’. Lezers die op zoek zijn naar een inkijk in het persoonlijke leven van de politicus blijven op hun honger zitten. Lezers die daarentegen meer willen weten over het reilen en zeilen op studiediensten en kabinetten, en over de totstandkoming van twee decennia socialistisch beleid krijgen waar voor hun geld. Zeker de gesprekken met 75 voor- en tegenstanders werpen een interessante kijk op de drijfveren en waarden van de politicus. Als ik Norbert De Batselier op basis van deze biografie moet samenvatten met drie begrippen, dan kies ik voor: pragmatisch ideologisch, dossiervreter, en verzoener.

1. Een pragmatisch ideoloog

De ideologische inslag van politieke handelingen is één van de rode draden in het leven van De Batselier. Deze ideologische focus uitte zich reeds in zijn jongsocialistische jaren met het helpen schrijven van het befaamde ‘Roodboek. Voor een strijdend socialisme’, één van de inhoudelijk betere werken in de geschiedenis van de socialistische jongerenbeweging. Nadien hield hij ook de pen vast bij het SP-alternatief in de jaren 80 en het Sienjaal in de jaren 90. Dit ideologische werk culmineerde in het Toekomstcongres van 1998. Voor dit ideologische weerwerk werd hij ‘de Soeslov van de SP’ genoemd, naar de partijideoloog van de Sovjet-Unie. Inhoudelijk kan je De Batselier duidelijk als een reformist beschouwen. Hij wou het kapitalistische systeem veranderen van binnenuit. Vandaar ook zijn latere overstap naar de Nationale Bank van België. Hij was bijgevolg zeker niet gekant tegen economisch groei, maar deze groei moest ecologisch en sociaal verantwoord zijn. De liberale markt is voor hem ook niet per definitie slecht, maar moet zeker gecorrigeerd worden. Zelf zegt hij hierover dat hij liever radicaal een pragmatisch socialisme nastreeft, dan een onhaalbaar radicaal socialisme. Niettemin had hij zeker geen hoge pet op van de ‘Derde Weg’. Voor hem lag de toekomst van links niet in het centrum, maar wel links, zij het met een eigentijdse invulling.

2. Een dossiervreter

 De Batselier verliet in 1972 de universiteit, maar de universiteit verliet hem nooit. Zijn politieke beslissingen werden steevast gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Het was dan ook een dossiervreter pur sang, die liever tot vijf uur ’s nachts een dossier zat te blokken dan handjes te gaan schudden op de plaatselijke pensenkermis. Hij was op congressen en vergaderingen ook allesbehalve een tafelspringer: hij voerde zelden het hoge woord, maar als hij tussenkwam dan was het resoluut en doordacht. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat hij een groot deel van zijn politieke carrière doorgebracht heeft op kabinetten en studiediensten allerhande. Ik denk dat je hem op dit vlak enorm kan vergelijken met John Crombez. Hiermee gepaard gaande was ook zijn afkeer voor politiek theater en strak georkestreerde congressen. De Batselier gruwelt van uitspraken als “de politiek moet sexy zijn” en van gekunsteld gedoe.

 3. Een verzoener

 Norbert De Batselier was een verzoener op meerdere vlakken. Binnen de socialistische zuil was hij steeds voorstander van de zogenaamde ‘Gemeenschappelijk actie’, de strategische samenwerking van de partij, de mutualiteit en de vakbond. Zijn jaren als inhoudelijk medewerker op de studiedienst van het ABVV zullen hier niet vreemd aan zijn. Maar ook buiten de socialistische zuil pleitte hij voor progressieve samenwerking: op nationaal vlak met het Sienjaal, op lokaal vlak met de politieke formatie Inzet. Als mens ten slotte was De Batselier ook een verzoener. Ondanks het feit dat het door zijn koppigheid en zijn ideologische halsstarrigheid in onderhandelingen meermaals tot een confrontatie kwam, roemen zijn politieke mede- en tegenstanders steevast zijn menselijkheid, constructiviteit, en loyaliteit.

Na het lezen van deze biografie blijf ik het raar vinden dat De Batselier nooit partijvoorzitter van de socialisten is geworden. Na het Toekomstcongres in 1998 was hij zeker favoriet en na zeven jaar viceministerschap en drie jaar voorzitterschap van het Vlaams parlement had hij ook genoeg politiek kapitaal. Hij zou te ideologisch en te weinig een mediafiguur zijn geweest. Over de redenen en motieven kan men natuurlijk blijven speculeren. Feit is wel dat de sp.a onder zijn voorzitterschap anders geëvolueerd zou zijn. De studiedienst zou zeker nooit afgebouwd zijn geweest en de Derde Weg nooit of toch minder ontarmd. Het kartel met spirit zou waarschijnlijk wel zijn beklonken. Maar dit zijn eigenlijk vijgen na Pasen.

Hellinck, B. (2010). Norbert De Batselier. Een leven in de politiek. Antwerpen: Manteau. 400p.