Poliargus is een onafhankelijk forum binnen de democratisch socialistische en ecologische beweging. Het forum komt op voor vrijheid, democratie en solidariteit. (Lees meer...)
Olivier Pintelon studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Sinds 1 oktober 2009 werkt hij als onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid (Universiteit Antwerpen), na een jaar werkzaam te zijn geweest aan de vakgroep politieke wetenschappen van de UGent. Zijn onderzoek focust zich op: armoede, sociale ongelijkheid en de welvaartsstaat. De auteur schrijft zijn bijdragen in eigen naam.
Op de Europese top van 24 en 25 maart werd het Europact definitief goedgekeurd. Op hetzelfde moment hielden de Europese vakbonden een grote manifestatie voor socialer Europa. Het wordt dan ook hoogtijd om de Europese economische plannen eens onder de loep te nemen. We onderscheiden drie pijlers van de nieuwe Europese strategie: 1/ het ‘Europees semester’, 2/ de aanscherping van het Groei- en Stabiliteitspact en 3/ het Pact voor de Euro. We formuleren verschillende kritieken, zowel vanuit sociaal als vanuit economische oogpunt. Ten slotte zijn er ook bedenkingen mogelijk op het vlak van democratische legitimiteit.
Vandaag betogen Europese vakbonden in Brussel tegen de crisisplannen van Europa. U vernam daarover in onze pers vooral dat u vandaag beter wegblijft uit Brussel. Nochtans zijn er vele goede redenen waarom u vandaag net wel naar Brussel had moeten trekken, om mee te betogen. Diegenen die zich moeten bezinnen zijn niet de pendelaars naar Brussel, maar de Europese politici.
Het nieuwe IPA bevat eten en drinken voor velen en is een eerbaar compromis. Toch zijn er enkele kanttekeningen te maken: de overheid zal het eenheidsstatuut moeten smeren, de loonstijging in 2012 is heel miniem, onderdelen van de gezondheidsindex komen misschien ter discussie en de verhoging van de sociale minima is te beperkt.
Nu de sociale partners onderhandelen over een nieuw interprofessioneel akkoord, duiken een aantal klassieke discussiepunten op. Eén van de steevast terugkerende mantra’s is de roep om loonmatiging. Vooral werkgevers zijn hier al jaren vragende partij voor. Nu de Duitse economie het (ogenschijnlijk) heel goed doet, krijgt dat pleidooi maatschappelijk steeds meer bijval. Dit artikel wil echter niet zozeer focussen op het klassiek ‘economisch’ debat over loonmatiging (zoals effect op werkgelegenheid, innovatie, productiviteit …), maar stelt zich de vraag welke groepen wel varen bij een politiek van loonmatiging
17 oktober werd op 22 december 1992 door de VN uitgeroepen tot Werelddag van verzet tegen Extreme Armoede. Ook in België werd op die dag aandacht gevraagd voor de armoedeproblematiek. In Brussel was er zo een optocht onder het credo ‘laagste inkomens omhoog’. Hogere uitkeringen, het leefloon voorop, stonden hierbij centraal. Dit blogstuk wil echter aandacht vragen voor een gerelateerd, maar vaak vergeten probleem: werkende armen in België. In wat volgt zal eerst nagegaan worden wie beschouwd wordt als ‘werkende arme’. Vervolgens zullen we aangeven wat het beleid zou kunnen doen om deze vorm van armoede tegen te gaan.